designoverlay: show | hide | 30% | 60% | 90%
    Terugblik Moderne vreemde talen didactiek anno 2016

    Terugblik Moderne vreemde talen didactiek anno 2016

    25/01 - Heb je voor het leren van een taal talent nodig, of moet je vooral veel taalervaring opdoen? En wat betekent het gebruik van Nederlands als ‘tussentaal’ bij het leren van een nieuwe taal? Welke taalvaardigheden zijn belangrijk bij het aanleren van een nieuwe (vreemde) taal?
    Zomaar een paar vragen die langskwamen tijdens de workshop vreemde talen didactiek anno 2016.
    Geboren en getogen in Nederland, verwacht je ook accentloos Nederlands, maar zo vanzelfsprekend is dat niet voor de goed voorbereide workshopleider, voor wie Pools de taal was die ze van huis uit meekreeg. Educatief auteur Zosia Szwed leerde – daarna – Nederlands op de wijze waarop ook de workshopdeelnemers Nederlands leerden: door veel luisteren en lezen, ondergedompeld te zijn in de taal en langzaam een meer actieve gebruiker van de taal te worden. Het Frans leerde ze vanaf haar 10e op school, universiteit en vooral door intensieve contacten met Franssprekenden. Haar educatieve teksten zijn gericht op het Frans, een taal waarin ze ook werkzaam was als docent en tolk-vertaler.
    Vanuit het recent verschenen overzichtsboek ‘Geschiedenis van het talenonderwijs in Nederland’ van Hans Hulshof, Erik Kwakernaak en Frans Wilhelm werden concepten aangereikt als de ‘grammatica-vertaal’ methode, het vaardigheidsonderwijs (schrijven, luisteren, lezen en spreken), het naspreken (van kant-en-klare zinnen, die dan in het hoofd wel zouden leiden tot het zelf maken van nieuwe combinaties) en de ‘onderdompelmethode’.
    Ook de cultuur van een land kan van groot belang zijn bij het leren van een taal. We weten nu dat ‘Lagare,s’il vous plaît’ een acceptabele manier kan zijn om de weg naar het station te vragen in Frankrijk – en waarom! Maar dat dat niet betekent dat dit ook precies is wat je leerlingen tijdens hun opleiding leert, omdat die wordt gedicteerd door eindtermen en examens waarin de eisen kunnen verschillen van de eisen die je stelt aan een taalgebruiker in het land waar de taal gesproken wordt. Leesvaardigheid vormt 50% van het examen en is het enige onderdeel dat centraal getoetst wordt. Kijk- en luistervaardigheid, spreekvaardigheid en schrijfvaardigheid zijn daaraan ondergeschikt gemaakt in de schoolpraktijk, terwijl het luisteren volgens de workshopleider het meest essentieel is om een vreemde taal te leren.
    Als medeauteur van D’Accord! liet Zosia aan de hand van die methode zien welke elementen in het talenonderwijs van belang zijn en hoe je die op verschillende manieren kunt aanbieden. Hoe bijvoorbeeld een verschil in doelgroep tot uiting kan komen en waarom het lezen van jongerenbladen in de doeltaal verplichte kost is voor de educatief auteur die voor het voortgezet onderwijs schrijft. Dat grammatica ondersteunend is en niet leidend hoeft te zijn, hoewel je anderzijds de onregelmatige werkwoorden niet als een moeilijk verteerbare hap opzij moet schuiven.
    En al die technologische veranderingen? Ja, die doen ertoe en kunnen bijdragen, maar dan moeten ze ingezet worden op een manier die de leerling helpt, zoals voor het inslijten en oefenen en het gebruik van video’s van native speakers voor de broodnodige luistervaardigheid. En ondanks alle goede intenties bij het ontwikkelen van een vreemde talenmethode voor op school blijft vast overeind dat het leren van een taal in de omgeving waar die wordt gesproken – omdat daartoe een noodzaak wordt gevoeld -, de beste manier is om een taal snel en goed te leren spreken.
    De deelnemers aan de workshop gingen huiswaarts met inspirerende ideeën over (taal)onderwijs, een lijst met suggesties om verder te lezen en te kijken en een paar rijtjes met inzichten en feiten over leren die ook buiten het talenonderwijs heel nuttig zijn voor de educatief auteur anno 2016.
    Reprorecht uitkeringen: nu 50% in verdeling genomen, 12 mln.

    Reprorecht uitkeringen: nu 50% in verdeling genomen, 12 mln.

    13/01 - Stichting Reprorecht heeft in december 2015 de helft (12 mln.) van de voor uitkering beschikbare gelden gereparteerd, omdat uitgevers en makers nog overleg plegen over de verdeling. Dit uitstel is tijdelijk. Het is de intentie van Stichting Reprorecht het tweede deel zo snel mogelijk uit te keren.
    Lees op de site van reprorecht meer. Achtergrondinformatie is te vinden bij Lira.
    IPON 2016: Gepersonaliseerd leren

    IPON 2016: Gepersonaliseerd leren

    16/12 - Op woensdag 3 en donderdag 4 februari 2016 vindt, in de Jaarbeurs Utrecht, voor de achtste keer de IPON plaats. Ook deze editie weer vele nieuwe en innovatieve initiatieven op het gebied van onderwijsinnovatie & ICT. Thema van deze editie: gepersonaliseerd leren!
    IPON is al vele jaren de  informatie- en inspiratiebron voor iedereen die bij het onderwijs betrokken is en bij de les wil blijven op gebied van onderwijsinnovatie en ICT-toepassingen en -diensten. Doel van IPON is om het gebruik van de nieuwste toepassingen binnen het onderwijs op een innovatieve en creatieve manier aan het onderwijs te presenteren. Dit geldt voor educatieve methodes, leermiddelen maar ook voor hardware en software. Meer dan 100 workshops, presentaties en keynotes met onderwerpen als learning analytics, augumented reality, educatieve apps, social media in de klas, werken in de cloud, digitale identiteit, mediawijsheid, gamification, iPad-onderwijs, en flipping the classroom. Thema van IPON 2016: gepersonaliseerd leren.
    Klik hier om je gratis te registeren voor IPON 2016
    Week van de Mediawijsheid

    Week van de Mediawijsheid

    12/11 - Media & Respect
    Nooit eerder was het zo eenvoudig om snel met anderen in contact te komen, ervaringen te delen of in discussie te gaan. Met wie dan ook, waar dan ook ter wereld. De mogelijkheden van internet en sociale media zijn ongekend. Maar ondertussen zijn we met elkaar zo snel en massaal gaan communiceren dat zorgvuldigheid, privacy bescherming en het ‘even tot tien tellen’ er vaak bij inschieten. De druk om snel te publiceren, het verlangen naar nieuwswaarde en naar een groot bereik winnen het dikwijls van integer handelen. In de jacht op veel ‘likes’ vormt het delen van schokkende beelden, kwetsende teksten of privacygevoelige informatie al lang geen taboe meer.
    Online respect gaat verder dan een like
    Iedereen met een smartphone kan tegenwoordig met een filmpje op internet een ‘scoop’ hebben. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat ook professionele mediamakers veel losser omgaan met journalistieke uitingen in sociale media. Zo schiet het checken van bronnen en het toepassen van hoor en wederhoor er steeds vaker bij in.
    We beschikken al tijden over beroepscodes voor journalistiek en reclame waarin we met elkaar afspraken hebben gemaakt over ethisch verantwoord handelen. Maar deze blijken met de komst van sociale media en de vele nieuwe gebruikers steeds minder toepasbaar of relevant. Wordt het niet hoog tijd om een nieuwe ‘ethische code’ te maken die voor álle mediamakers geldt en door iedereen wordt gerespecteerd – zowel voor professionals als voor amateurs?
    Over deze vraag gaan we het tijdens de Week van de Mediawijsheid (20 t/m 27 november) hebben. Dit jaar staat het thema ‘Media & Respect’ centraal en gaan we met kinderen, jongeren, ouders, professionele én andere mediamakers in gesprek over hoe iedereen op een respectvolle manier media kan maken.
    Meepraten?
    Tijdens de campagne wordt er getwitterd vanuit de Mediawijzer.net accounts: @Mediawijzer en @MediawijsNL. Praat mee via de hashtag #WvdM15 en voor het mediawijsheidspel voor groep 7 en 8 met #MediaMasters.
    Over de Week van de Mediawijsheid
    Media spelen een steeds centralere rol in ons leven. Dit biedt talloze nieuwe mogelijkheden maar om deze ten volle te kunnen benutten, kunnen kinderen alle hulp gebruiken van opvoeders, leerkrachten en professionele mediamakers. De Week van de Mediawijsheid vraagt daarom jaarlijks aandacht voor het belang van mediawijsheid voor kinderen en jongeren vanaf 6 t/m 18 jaar.

agenda

    de agenda is momenteel leeg